“Reasonable expectations of honest men”

In 2005 opende Jac Rinkes zijn inaugurele rede met een citaat van Lord Steyn in de zaak First Energy v Hungarian International Bank ([1993] 2 Lloyd’s Rep 194):

“A theme that runs through our law of contract is that the reasonable expectations of honest men must be protected. It is not a rule or a principle of law. It is the objective which has been and still is the principal moulding force of our law of contract. It affords no licence to a Judge to depart from binding precedent. On the other hand, if the prima facie solution to a problem runs counter to the reasonable expectations of honest men, this criterion sometimes requires a rigorous re-examination of the problem to ascertain whether the law does indeed compel demonstrable unfairness.”

De Nederlandse jurist die bekend is met het befaamde arrest Baris/Riezenkamp (HR 15 november 1957, NJ 1958/67), dat inmiddels al bijna 60 jaar meegaat, zal dit aangenaam vertrouwd in de oren klinken. Sinds jaar en dag (zie bijv. HR 5 januari 2001, NJ 2001/79 (Nethou/Multi Vastgoed), HR 12 augustus 2005, NJ 2005/467 (CBB/JPO) en HR 19 oktober 2007, NJ 2007/565 (Vodafone/ETC) wordt in de Kazernestraat immers verkondigd dat contractspartijen “hun gedrag mede moeten laten bepalen door de gerechtvaardigde belangen van de wederpartij”, welke eis, naar mag worden aangenomen, mede omvat de verplichting van partijen om rekening met elkaars redelijke of gerechtvaardigde verwachtingen te houden (zie bijv.  Nieuwenhuis, WPNR 6304 (1998), p. 157, die over het contractenrecht treffend spreekt als een “woud van verwachting”).

Aldus bezien liggen het Engelse en Nederlandse contractenrecht, in elk geval voor wat betreft hun normatief-ethisch gehalte, opvallend dicht bij elkaar. Ook als het gaat om de tradities in beide landen inzake contractsuitleg valt dat op: in beide jurisdicties wordt een op redelijkheidszin en contextualiteit geënte uitlegmaatstaf gehanteerd. Vgl. de woorden van Lord Hoffmann in Investors Compensation Scheme v. West Bromwich Building Society [1997] UKHL 28; [1998] 1 All ER 98; [1998] 1 WLR 896 (19th June, 1997 over de bij contractsuitleg te betrekken context rondom het contract:

“Subject to the requirement that it should have been reasonably available to the parties (…), it includes absolutely anything which would have affected the way in which the language of the document would have been understood by a reasonable man. (curs. PSB)”

met het arrest DSM/Fox (HR 20 februari 2004, NJ 2005/493), waarin onze eigen Hoge Raad overwoog

“dat bij de uitleg van een schriftelijk contract telkens van beslissende betekenis zijn alle omstandigheden van het concrete geval, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen. (curs. PSB)”

De verwijzing in beide citaten naar de omstandigheden rondom het contract vormt een illustratie van de onder meer uit de klassieke hermeneutiek bekende gedachte dat een zinvolle betekenis pas aan een tekst kan worden gegeven, indien deze wordt geïnterpreteerd in het licht van de context rondom die tekst. In de bekende woorden van Stanley Fish:

“A sentence is never not in a context. We are never not in a situation. A statute is never not read in the light of some purpose. A set of interpretive assumptions is al-ways in force. A sentence that seems to need no interpretation is already the product of one.”

De gebruikte woorden “absolutely anything” en “alle omstandigheden” verwijzen naar het gegeven dat context conceptueel oneindig is: “Meaning is context-bound, but context is boundless”. Conceptuele oneindigheid van context maakt echter een in beginsel eindeloos aantal duidingen van een contract mogelijk: een schifting tussen rechtens relevante en niet-relevante context is daarom altijd noodzakelijk. Zowel de Engelse als de Nederlandse rechter vindt die mogelijkheid tot schifting in de maatstaf van de redelijkheid: alleen die context is (rechtens) relevant te achten, die ook voor een redelijk uitlegger relevant is c.q. (waarvan men mag aannemen dat) die invloed zou uitoefenen op de wijze waarop een redelijk uitlegger de contractstekst zou begrijpen. De maatstaf van de redelijkheid helpt de rechter dus een onderscheid aan te brengen tussen (rechtens) relevante en niet-relevante context rondom een contract. Daarover meer in een volgend blogbericht.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *