De onmogelijkheid van een (zuiver) taalkundige uitleg

Will-the-Internet-Make-Grammar-Obsolete

In mijn vorige blogbericht besprak ik de noodzaak van de rechter tot schifting – bij de uitleg van een contract – tussen rechtens relevante en niet-relevante context. Zowel de Engelse als de Nederlandse rechter vindt die mogelijkheid tot schifting in de maatstaf van de redelijkheid.

Ook bij onze oosterburen geldt dat alleen die context door de rechter bij de uitleg van een contract pleegt te worden betrokken die (vanuit het gezichtspunt van een redelijk persoon met de achtergrondkennis van partijen; zie bijv. BGH, Urteil vom 16. Oktober 2012, Az. X ZR 37/12 onder 18) in een betekenisvolle betrekking staat tot het contract. Niet elk contextueel gegeven staat echter steeds in een betekenisvolle betrekking tot een contract. De praktijk leert dat wat in het ene geval (vanuit een redelijk oogpunt) een belangwekkend contextueel gegeven kan zijn, dat niet per se ook in een ander geval hoeft te zijn: de relevante context rondom de aankoop van een tweedehands spijkerbroek is bijvoorbeeld een andere dan die rondom een DBFMO contract tussen professionele partijen. In sommige gevallen zal hantering van genoemde redelijkheidsmaatstaf de rechter zelfs tot de slotsom moeten voeren dat de door partijen in het processuele debat aangedragen context geheel en al relevantie ontbeert en ter zijde moet worden gesteld. Wat dan logischerwijs voor de uitleg overblijft is de tekst van het contract zelf. In HR 20 januari 2012, NJ 2012/260 werd een dergelijke tekstuele uitleg door de Hoge Raad (m.i. niet erg gelukkig) als “taalkundig” aangemerkt:

“3.5.1 De onderdelen 3.1 en 3.2 lenen zich voor gezamenlijke behandeling. Zij hebben als gemeenschappelijke noemer dat het hof slechts lippendienst heeft bewezen aan de Haviltex-maatstaf en in feite de woorden “[eiser] (…) en/of zijn echtgenote [verweerster]” uitsluitend taalkundig heeft uitgelegd, hetgeen in een geval als dit niet is toegestaan.

3.5.2 De onderdelen falen. Zij zien eraan voorbij dat het hof de betekenis van genoemde woorden ten slotte weliswaar heeft vastgesteld door middel van taalkundige uitleg, maar niet dan nadat het hof tot het oordeel was gekomen dat er geen andere voor toepassing van de Haviltex-maatstaf relevante feiten of omstandigheden waren gebleken die aan zodanige wijze van uitleg in de weg stonden.”

Reeds een enkele blik op het klassieke Haviltex-arrest (HR 13 maart 1981, NJ 1981/635) maakt echter duidelijk dat ook een dergelijke tekstuele uitleg nooit (louter) taalkundig kan of mag zijn:

“De vraag hoe in een schriftelijk contract de verhouding van pp. is geregeld (…) kan niet worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van dat contract.”

Aan de overkant van de Noordzee is dat niet anders, getuige de woorden van Lord Hoffmann in Investors Compensation Scheme Ltd v West Bromwich Building Society [1997] UKHL 28:

“The meaning which a document (…) would convey to a reasonable man is not the same thing as the meaning of its words. The meaning of words is a matter of dictionaries and grammars; the meaning of the document is what the parties using those words (…) would reasonably have been understood to mean.”

Dit is ook logisch: rechterlijke uitleg van een contract(sterm of –beding) is geen bloedeloze exercitie met (enkel) woordenboeken en grammaticaregels, maar een bij uitstek normatieve bezigheid: ook wanneer de door partijen in het processuele debat aangedragen context in een voorkomend geval relevantie ontbeert en om die reden de rechter het met enkel de tekst van een contract “moet doen”, geldt (onverkort) de eis van een redelijke uitleg, waarbij onder meer acht moet worden geslagen op de belangen van partijen (vgl. art. 3:12 BW), de aannemelijkheid en redelijkheid van de rechtsgevolgen, de aard en systematiek van het contract en de strekking van de daarin opgenomen contractsbepalingen. Ook in zo’n geval blijft de kardinale vraag die de rechter moet beantwoorden: wat betekent deze contractsterm of -clausule in het licht van de gerechtvaardigde belangen en verwachtingen van deze partijen, die in deze rechtsstrijd met elkaar verwikkeld zijn?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *