Ceci n’est pas un contrat de mission…

MagrittePipe

In het vorige blogbericht behandelden wij de situatie dat de rechter bij de uitleg van een contract soms genoopt wordt voorbij te gaan aan door partijen aangedragen context, om reden dat (normatieve waardering daarvan uitwijst dat) de aldus aangedragen context niet in een “sinngebende Beziehung” tot het contract blijkt te staan. In zo’n geval zal de rechter het bij zijn uitleg met de tekst van het contract “moeten doen”. Het omgekeerde is echter ook mogelijk en daarover handelt dit blogbericht. In sommige gevallen zal normatieve waardering van de context rondom een contract de rechter juist tot de slotsom moeten voeren dat de context rondom dat contract zodanig relevant is, dat deze de tekst van het betreffende contract als het ware “verdringt”. Een treffend voorbeeld daarvan vormt een arrest van de Hoge Raad van enige jaren geleden (HR 2 september 2011, NJ 2012/75) omtrent een geschil tussen een aantal dierenartsen, die in de loop van de tijd met elkaar op basis van op verschillende momenten gesloten afzonderlijke overeenkomsten (van opdracht dan wel sui generis) tot onderlinge samenwerking waren gekomen. De feitelijk tussen deze artsen bestaande samenwerking werd door het Hof aan een normatieve waardering onderworpen, welke het Hof tot de conclusie bracht dat partijen zich stilzwijgend hadden verbonden als vennoten in maatschapsverband samen te werken:

“In het bijzonder heeft het hof (…) verschillende verklaringen en gedragingen van partijen in aanmerking genomen en is het nagegaan wat partijen over en weer uit deze verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en redelijkerwijze mochten afleiden, zonder daarbij een of meer specifieke momenten aan te wijzen waarop enige betrokkene zich welbewust als vennoot jegens enige andere betrokkene heeft opgesteld. Gelet op deze beoordeling, ligt in het oordeel dat de tussen partijen op 1 januari 2000 bestaande situatie getypeerd dient te worden als een maatschap (…), besloten het oordeel dat partijen zich jegens elkaar (stilzwijgend) hadden verbonden als vennoten in maatschapsverband samen te werken.”

Het tegen dit oordeel gerichte cassatiemiddel klaagde dat de rechtszekerheid zich verzet tegen een dergelijke door het Hof aangenomen “geruisloze vervanging” van aanvankelijk bestaande, afzonderlijke rechtsverhoudingen van opdracht (althans sui generis) door een overeenkomst van maatschap. De Hoge Raad overwoog:

“Tegen deze achtergrond en in aanmerking genomen de — juiste — wijze waarop het hof heeft beoordeeld of tussen partijen op enig moment voorafgaand aan 1 januari 2000 (stilzwijgend) een overeenkomst van maatschap is tot stand gekomen, behoefde de omstandigheid dat Gehem, Fuchs, LvdE, Vink, en later ook Van der Krap, mogelijk eerst (via hun B.V.’s) op basis van afzonderlijke overeenkomsten bij DAP-PFvdE werkzaam zijn geweest, het hof niet van zijn bestreden oordeel te weerhouden. Nu niet vaststaat om wat voor overeenkomst(en) het gaat — naar de stellingen van VDE c.s. betreft het langjarige overeenkomsten van opdracht althans ‘overeenkomsten sui generis’ — kan niet worden gezegd dat de rechtszekerheid zich in de onderlinge verhouding tussen partijen verzet tegen de stilzwijgende totstandkoming van een overeenkomst van maatschap. (…)

Aantekening verdient nog dat, gesteld dat zou moeten worden aangenomen dat tussen enkele van de betrokken partijen aanvankelijk afzonderlijke overeenkomsten van opdracht bestonden, die omstandigheid op zichzelf niet eraan in de weg staat dat de rechtsverhouding tussen partijen verandert zonder dat tussen hen een specifiek daarop gerichte overeenkomst is gesloten. De belangrijke verschillen die tussen na te noemen overeenkomsten bestaan, brengen echter mee dat de motivering van het oordeel van de rechter dat de rechtsverhouding tussen partijen zich heeft ontwikkeld van een overeenkomst van opdracht in een overeenkomst van maatschap, aan hoge eisen moet voldoen. De door het hof aan zijn oordeel gegeven motivering voldoet aan deze eisen.”

Deze uitspraak maakt eens te meer duidelijk dat het in ogenschouw nemen (en normatief waarderen) van de context rondom een schriftelijk contract in gevallen als deze onontbeerlijk is om verantwoorde uitspraken te kunnen doen over de rechtsverhouding tussen de contractanten. Wat op het eerste gezicht (afgaand op enkel de bewoordingen van het schriftelijk contract) een rechtsverhouding tussen opdrachtgever en opdrachtnemer lijkt te zijn, kan bij nader inzien blijken te zijn geëvolueerd tot een rechtsverhouding tussen maten. Tegelijk geldt dat een rechterlijk oordeel waarin een dergelijke “geruisloze vervanging” van aanvankelijk bestaande, afzonderlijke rechtsverhoudingen door een overeenkomst van maatschap wordt geconstateerd, voor wat betreft de motivering ervan aan hoge eisen moet voldoen. Dit is ook logisch: de rechter spreekt recht namens de (rechts-)gemeenschap. Hij heeft daarbij echter geen vrijbrief, maar moet voor zijn oordeel verantwoording aan die gemeenschap afleggen door middel van een rechterlijke uitspraak, waarin een voor de gemeenschap acceptabele en navolgbare redenering te vinden is. Juist in atypische gevallen, waarin schriftelijk contract en juridische werkelijkheid niet (langer) op elkaar aansluiten maar sterk uiteen zijn gaan lopen, moet een dergelijk oordeel ook acceptabel en navolgbaar zijn voor de (contracts- en) procespartijen zelf, die immers van die gemeenschap evengoed deel uitmaken. Een goede rechter maakt daarom als een ware “Vermittler” (aan zowel (rechts-)gemeenschap als aan procespartijen duidelijk waarom hij het overeengekomene in de door hem aangeduide zin heeft geëxpliceerd. In de woorden van de Duits rechtsdogmaticus Rolf Gröschner:

“(E)in wirklicher “Vermittler” im hermeneutischen und dialogischen Sinn dieses Wortes wird nur derjenige Richter werden, der die streitige Sache so in die Sprache des Rechts zu übersetzen und den Parteien so zu vermitteln vermag, daß die Kontrahenten diese Übersetzung folgen und die entsprechende juristische Interpretation verstehen können.“

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *