Haviltexen tussen ex-echtelieden: (g)een haalbare kaart?

downloadEind vorig jaar wees de Hoge Raad een arrest (HR 13 november 2015, NJ 2015/467) over uitleg van een echtscheidingsconvenant, dat een (korte) bespreking in dit blog waard is. Waar ging het om in deze zaak? Verzoeker tot cassatie (de man) en verweerster in cassatie (de vrouw) treden in 1989 met elkaar in het huwelijk. Na een twintigtal huwelijksjaren wordt hun echtverbintenis na daartoe strekkend verzoek ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand. Vervolgens moet het huwelijk vermogensrechtelijk worden afgewikkeld. Daartoe stellen de gewezen echtelieden in 2010 een echtscheidingsconvenant op. Volgens vaste rechtspraak dienen dergelijke convenanten met inachtneming van de Haviltex-maatstaf te worden uitgelegd (zie onder meer HR 5 maart 2004, NJ 2005/494). In het echtscheidingsconvenant wordt tussen partijen vastgelegd dat de certificaten van de aandelen in een vennootschap (de FazandtGroep), die een onderdeel vormen van de (beperkte) gemeenschap van goederen, aan de man worden toegescheiden. In de onderhavige procedure verzoekt de vrouw onder meer verdeling van de beperkte gemeenschap. De rechtbank beslist dat de certificaten van de aandelen in de FazandtGroep aan de man toekomen en dat hij vanwege overbedeling een zeker bedrag aan de vrouw moet betalen.  De kwestie die partijen verdeeld houdt betreft een mogelijke aanmerkelijk belang claim (hierna: AB claim) en de wijze waarop deze claim zich tot de waarde van de aan de man toebedeelde certificaten verhoudt. De litigieuze bepaling in het convenant luidt:

“De door V. (de vrouw, PSB) in FazandtGroep gehouden certificaten worden overgedragen (en dus geleverd) aan Z. (de man, PSB). Een eventuele AB claim komt voor rekening van Z.”

De man leidt uit de door partijen in het convenant neergelegde bewoordingen af dat genoemde AB claim niet al in de prijs van de aandelen is meegenomen. Volgens de vrouw zijn partijen daarentegen overeengekomen dat de AB claim van € 650.000,- al in de prijs van de aandelen is verdisconteerd en dat een eventuele AB claim voor rekening van de man behoort te komen. Het Hof oordeelt vervolgens, nogal verrassend, dat in dit geval de Haviltex-norm toepassing mist:

“Waar partijen het niet eens zijn over de betekenis van de tekst van de overeenkomst dient het hof deze te interpreteren. Het zogeheten Haviltex-criterium biedt hier geen uitkomst, nu partijen haaks op elkaar staande bedoelingen en verwachtingen op deze tekst baseren en geen van beider interpretaties aanstonds volstrekt onaannemelijk is.”

Minder verrassend is dat dit oordeel in cassatie sneuvelt. De Hoge Raad:

“De uitleg van de overeenkomst van 23 maart 2010 dient te geschieden aan de hand van de Haviltexmaatstaf. (…) Anders dan het hof heeft overwogen, is de Haviltexmaatstaf ook van toepassing indien partijen op de tekst van de overeenkomst haaks op elkaar staande bedoelingen en verwachtingen baseren en geen van beider interpretaties aanstonds volstrekt onaannemelijk is.”

Met dit oordeel kan men het alleen maar eens zijn. Zoals A-G Keus in zijn conclusie voor dit arrest opmerkt, dient de rechter “(o)ok — of zelfs: juist — in zo’n geval (dat overigens bepaald niet uitzonderlijk is) (…) aan de hand van het Haviltex-criterium te bepalen welke uitleg hij het meest aannemelijk acht.” Je zou zelfs kunnen zeggen dat de Haviltex-norm voor dit soort situaties van conflict en strijd juist (primair) geschreven lijkt te zijn. De praktijk laat immers zien dat partijen geregeld (en in echtscheidingsgerelateerde disputen zelfs dikwijls) hardnekkig met elkaar van mening verschillen over de vraag wat partijen ten tijde van contractssluiting met de tekst van een door hen overeengekomen beding voor ogen stond en over de vraag hoe deze tekst dient te worden begrepen. Juist door haar verwijzing naar de redelijkheid en de omstandigheden van het geval is de Haviltex-norm de ideale maatstaf voor de rechter om zich, al objectiverend, los te maken van het strijdgewoel van partijen en alsnog tot een op redelijkheidszin en contextualiteit geënte en voor partijen (dus) acceptabele uitleg te komen. De Haviltex-norm zou denkelijk veel van haar toegevoegde waarde verliezen indien zij (juist) in dit soort – verre van atypische – situaties buiten werking zou worden gesteld.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *