Iets over de verhouding tussen aanvullende en beperkende werking van redelijkheid en billijkheid

site4_20100924105514_1_rvrContracterende partijen zijn zelden in staat of bereid om voor alle mogelijke toekomstige situaties een contractuele voorziening te treffen. Daardoor kan het nogal eens voorkomen dat de door hen gesloten overeenkomst van begin af aan of vanaf zeker moment een leemte vertoont, die opvulling behoeft. Niet zelden is aanvulling van het contract door de wet en eventuele gewoonte niet voldoende om het contract tussen partijen “compleet” te maken. In dat geval ligt aanvulling op grond van noties van redelijkheid in de rede. In het Engelse recht spreekt men dan van een “term implied in fact”. Een dergelijk, in het contract “ingelezen” beding gaat uit van de veronderstelde redelijke partijwil, ofwel van de gedachte dat partijen mogen worden geacht niet alleen te zijn overeengekomen, hetgeen uit de bewoordingen van hun contract zou volgen, doch tevens mogen worden geacht als redelijke mensen al datgeen te hebben afgesproken dat noodzakelijk is voor een correcte uitvoering van hun overeenkomst. Het “inlezen” van een dergelijke, op redelijkheidsnoties gestoelde “implied term” in het contract moet naar Engels recht zo voor de hand liggend, redelijk en logisch zijn dat voldaan wordt aan de zogeheten “objective bystander test”, zoals deze werd geformuleerd in de bekende uitspraak van MacKinnon LJ in Shirlaw v Southern Foundries [1939] 2 KB 206:

“For my part, I think that there is a test that may be at least as useful as such generalities. If I may quote from an essay which I wrote some years ago, I then said: “Prima facie that which in any contract is left to be im-plied and need not be expressed is something so obvious that it goes without saying; so that, if, while the parties were making their bargain, an officious bystander were to suggest some express provision for it in their agreement, they would testily suppress him with a common ‘Oh, of course!’”

De figuur van de “implied term” resp. van de veronderstelde redelijke partijwil vindt men in verschillende varianten terug in vrijwel alle stelsels in de civil law. In Nederland kent men de aan contractsuitleg verwante aanvulling van contracten op grond van de redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 lid 1 BW): een overeenkomst heeft niet alleen de door partijen overeengekomen rechtsgevolgen, maar ook die welke, naar de aard van de overeenkomst, uit de wet, de gewoonte of de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeien. Er zijn allerhande typen aanvullende verplichtingen te onderscheiden die hun grond vinden in de redelijkheid en billijkheid. Soms handelt het daarbij om een verbintenis, die bij niet-nakoming in wanprestatie resulteert, soms ook gaat het om een zogeheten obliegenheit, d.w.z. een ”zwakke” verplichting, die bij niet-nakoming leidt tot algeheel of gedeeltelijk rechtsverlies.

Het tweede lid van art. 6:248 BW ziet, als bekend, op de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid en brengt mee dat een tussen partijen geldende (contractuele) regel niet van toepassing is, voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Hoewel naar vaste rechtspraak het tweede lid van art. 6:248 BW met terughoudendheid moet worden toegepast en het eerste lid niet, bestaat tussen beide functies van redelijkheid en billijkheid geen principieel verschil; beide uitingsvormen van deze norm zijn van dwingend recht en vormen een uitwerking van de in art. 6:2 lid 1 BW verankerde kerngedachte van het verbintenissenrecht, die inhoudt dat partijen bij een verbintenis niet enkel oog dienen te hebben voor de eigen belangen, maar mede de gerechtvaardigde belangen en verwachtingen van hun wederpartij in het vizier dienen te houden. Het gaat hier dus om twee zijden van één en dezelfde sociaal-ethische grondnorm. Over het dwingendrechtelijke karakter van de redelijkheid en billijkheid meer in een volgend blogbericht.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *